CBS-hoofdeconoom Van Mulligen: ‘Vrouwen hebben op jongere leeftijd betere banen’

Vrouwen behoren vaker dan mannen tot de niet-beroepsbevolking. De reden hiervoor is dat zij vaker zorgtaken op zich nemen in het gezin of het huishouden. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Is Nederland echt zo traditioneel? We vroegen het Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom bij het CBS.

Vaker een bijbaan

“Cijfers liegen niet, maar het is wel belangrijk hoe je ze interpreteert”, zegt Van Mulligen. Het lijkt een open deur, al zal het niet de eerste keer zijn dat statistieken verkeerd worden uitgelegd. Daarom is het publiceren van de cijfers alleen niet voldoende en geeft Van Mulligen graag toelichting. “Als we kijken naar de Nederlandse beroepsbevolking in mei van dit jaar, dan is de netto-arbeidsdeelname onder mannen hoger dan onder vrouwen: 71,9 procent tegenover 62,1 procent. Het grootste verschil tussen mannen en vrouwen zien we in de groep van 55- tot 65-jarigen”, legt Van Mulligen uit. “Van de mannen in deze leeftijdscategorie werkt 75,4 procent, tegenover 57,6 procent van de vrouwen. Wel geldt voor zowel de mannen als de vrouwen in deze groep, dat zij meer zijn gaan werken dan in voorgaande jaren. Dat heeft te maken met het verschuiven van de pensioenleeftijd, en bij vrouwen valt het ook historisch te verklaren: dit zijn de vrouwen die eind jaren ’80 massaal de arbeidsmarkt op gingen.” Als we de cijfers goed bekijken, zijn alleen in de leeftijdscategorie van 15 tot 25 jaar meer vrouwen werkzaam dan mannen. Hoe komt dit? Van Mulligen: “Meisjes hebben vaker dan jongens een bijbaan tijdens hun opleiding, en ze ronden meestal sneller hun opleiding af waardoor zij eerder de arbeidsmarkt betreden. Daarna komt de omslag.”

“In het huidige tempo zal het meer dan 100 jaar duren voordat moederseven vaak fulltime werken als vaders.”

Cultureel bepaald

Vanaf hun 25e neemt de arbeidsdeelname van Nederlandse vrouwen af. Werkt in de leeftijdscategorie van 15 tot 25 jaar nog 63,3 procent van de vrouwen tegenover 61,2 procent van de mannen, in de categorie van 25 tot 35 jaar werkt 87,6 procent van de mannen tegenover 80,3 procent van de vrouwen. Hoe is dit verschil te verklaren? Van Mulligen: “Bij vrouwen boven de 25 blijft de arbeidsparticipatie achter bij die van de mannen omdat relatief veel vrouwen de zorgtaken of het huishouden op zich nemen. De vraag of Nederland echt zo traditioneel is, kunnen we dus met ‘ja’ beantwoorden.” Toch gaan Nederlandse meisjes veel vaker naar het hbo of de universiteit en studeren zij sneller af dan jongens. Hun arbeidskansen zouden dan toch beter moeten zijn? “Theoretisch wel, we zien ook dat vrouwen op jongere leeftijd betere banen hebben dan mannen”, antwoordt Van Mulligen. “Totdat er kinderen komen, dan besluiten veel vrouwen minder te gaan werken of helemaal te stoppen. Dit is deels cultureel bepaald en volgens sommige sociologen zelfs terug te voeren op de neutrale rol van Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog: omdat de Nederlandse mannen niet naar het front gingen, hoefden vrouwen het werk niet over te nemen. Een andere, actuelere reden is dat de kinderopvang in Nederland minder goed geregeld is en relatief duur. Zeker vergeleken met andere Europese landen. En zolang mannen hier gemiddeld meer verdienen dan vrouwen, verlaten vrouwen eerder de arbeidsmarkt als er gezinsuitbreiding komt.”

Tempo

In Nederland hebben niet alleen minder vrouwen een betaalde baan, zij werken ook minder uren dan mannen. En, minder uren dan vrouwen in andere Europese landen. Waarom? Van Mulligen: “Nederlandse vrouwen kiezen vaker voor deeltijdbanen dan Nederlandse mannen en dan vrouwen in andere Europese landen. Dat is deels cultureel bepaald, zoals ik eerder aangaf, en deels inherent aan de sectoren waarin zij werkzaam zijn zoals de zorg en de horeca. In deze sectoren wordt vaker in deeltijd gewerkt.” Hoe ziet Van Mulligen de toekomst van de vrouw op de Nederlandse arbeidsmarkt? “Als vrouwen van school komen hebben ze een voorsprong op mannen. Tot ze een jaar of 30-35 zijn hebben ze gemiddeld een beter salaris dan mannen. Die leeftijd schuift langzaam een beetje op. Het is de vraag of die trend doorzet. Nog steeds zijn het vooral vrouwen die minder gaan werken als er eenmaal kinderen komen, ook bij hoogopgeleide stellen. En als je parttime werkt, verlaagt dat je kans op een leidinggevende functie of een hoog salaris. Het aandeel moeders met partner dat fulltime werkt kruipt maar langzaam omhoog. Dat gaat zo traag, dat het in dit tempo meer dan honderd jaar zal duren voordat moeders even vaak fulltime werken als vaders.”

Peter Hein van Mulligen is hoofdeconoom en woordvoerder economie en arbeidsmarkt bij het Centraal Bureau voor de Statistiek.

P.zine

Het bovenstaande artikel komt uit P.zine, de derde editie van 2018. Klik hier om meer artikelen uit deze editie online te lezen. P.zine is een magazine voor de flexbranche, van Pay for People, dat sinds oktober 2013 elk kwartaal gratis wordt verspreid. Het magazine brengt op een toegankelijke manier marktontwikkelingen, kansen en bedreigingen onder de aandacht. Daarnaast voorziet het de lezer van achtergrondinformatie, opinies, tips & trucs.

Interesse?

P.zine wordt ieder kwartaal gratis per mail verzonden aan klanten en relaties van Pay for People. Heeft u interesse om P.zine gratis te ontvangen? Schrijf u hier in.

Suggesties of opmerkingen kunt u versturen naar info@payforpeople.nl t.a.v. P.zine.

Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie