ABU-onderzoek naar tevredenheid van uitzendkrachten

tevredenheid

Onderzoekzoeksbureau Blauw/Muzes heeft in opdracht van brancheorganisatie ABU onderzoek gedaan naar de motieven, behoeften en tevredenheid van uitzendkrachten. Uit het onderzoek blijkt dat uitzendwerk verschillend wordt ervaren. Naast trots en tevredenheid is er ook sprake van ongenoegen en onwetendheid.

 

Tevredenheid van uitzendkrachten

Namens de ABU begeleidde medewerker Arbeidsmarktinformatie Patricia Honcoop het onderzoek. Honcoop gaat in op de onderzoeksresultaten: “Opvallend is dat liefst 81% van de uitzendkrachten in het algemeen tevreden is over de werkzaamheden. Van de ondervraagden vindt 69% dat uitzendkrachten voor bedrijven onmisbaar zijn. Een meerderheid vindt bovendien dat ze waardevolle werkervaring opdoen en een hoog aanpassingsvermogen hebben, dankzij hun werk als uitzendkracht. Dat zijn mooie bevindingen. Er spreekt trots uit.”

 

Zeven zekerheden van uitzendwerk

Uit het onderzoek wordt duidelijk dat het leeuwendeel van de uitzendkrachten niet volledig op de hoogte is van de zeven zekerheden van uitzendwerk. Hieronder vallen onder andere loondoorbetaling bij ziekte, de cao voor uitzendkrachten, recht op scholing en de perspectiefverklaring voor het afsluiten van een hypotheek.

Honcoop geeft aan dat dit een aandachtspunt is: “Hier valt nog veel winst te behalen voor onze leden. Dat geldt met name voor de groep uitzendkrachten die op zoek is naar een bepaalde mate van vastigheid, of zij die uitzendwerk zien als een opstap naar een vaste baan. Blijkbaar moeten we die zeven zekerheden als branche nog beter overbrengen of uitzenders moeten hun uitzendkrachten hierover beter informeren. Ook is op onderdelen een verbeterslag mogelijk. Zo geeft slechts 44% van de uitzendkrachten aan tevreden te zijn over de opleidings- en ontwikkelmogelijkheden en is 61% tevreden over de informatie over rechten en plichten.”

 

Vijf verschillende uitzendkrachten

Honcoop: “Het inzicht dat dé uitzendkracht niet bestaat, is niet nieuw. Nieuw is wél dat we deze inzichten voor het eerst hebben geclusterd. Daardoor kunnen we vijf hoofdtypen uitzendkrachten onderscheiden, elk met hun eigen drijfveren en behoeften.” De vijf typen zijn verdeeld op basis van twee aspecten, te weten de houding van de uitzendkracht ten opzichte van uitzendwerk (‘ik zie uitzendwerk als”) en de behoefte van de uitzendkracht op wekelijkse basis (‘ik ben op wekelijkse basis op zoek naar’).

Hieruit vloeiden dus vijf hoofdtypen waarbij de motieven, behoeften en tevredenheid van uitzendkrachten centraal stonden. Ten eerste valt ruim 13% van de uitzendkrachten binnen type één, deze flexkrachten genieten van de flexibiliteit en zien het werk als een extraatje. Ten tweede vormt 57% van de respondenten type twee. Een uitzendkracht in deze groep ziet uitzendwerk als iets noodzakelijks en is op zoek naar meer regelmaat en meer zekerheid, zoals vast werk in loondienst. Ten derde vormt 7% de derde groep. Uitzendkrachten in de derde groep zien uitzendwerk als opstap om door te groeien of als iets wat bij hun huidige situatie past. Ten vierde vormt 9% de groep die regelmatig van baan wisselt, zij zien uitzendwerk daarnaast als een investering in de toekomst. Ten vijfde gebruikt 14% van de uitzendkrachten uitzendwerk om de juiste ervaring op te doen voor een vaste baan.

Bron: ABU -ReFLEX, juli 2019 nummer 2

Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie