Uitzendbureaus discrimineren
2-11-2011. Uit onderzoek blijkt dat meer dan driekwart van de uitzendbureaus zich schuldig maakt aan discriminatie, zo meldt de Volkskrant op 2 november. De sociologen Evelien Loeters en Anne Backer (Vrije Universiteit) hebben onderzoek gedaan naar discriminatie in de uitzendbranche.
Geen buitenlander
De onderzoekers deden zich volgens de Volkskrant voor als eigenaars van een callcenterbedrijf en belden 187 uitzendbureaus met de vraag of ze uitzendkrachten konden leveren.Ze gaven bij elk telefoongesprek steeds één voorwaarde aan met dezelfde zin: “’Ik vind het een beetje vervelend om te vragen, maar ik wil liever geen Marokkanen,Turken of Surinamers, ook al spreken zij prima Nederlands, dat wil ik niet”. Uit het onderzoek bleek dat in ruim driekwart van de gevallen dit verzoek werd ingewilligd. 1 op de 7 uitzendbureaus gaf aan dat discriminatie bij wet verboden is, maar dat ze het verzoek toch zouden honoreren. In 13 van de 187 gevallen kwamen uitzendbureaus met het voorstel om een namenlijst beschikbaar te stellen. Loeters en Backer konden volgens de Volkskrant dan zelf de allochtoon klinkende namen schrappen. Ze hebben deze 13 gevallen niet opgeteld bij de gevallen van discriminatie.
Verbijsterd
“We wisten wel dat het meerdere keren voorkomt,” zegt ondervoorzitter Piet van Geel van de Commissie Gelijke Behandeling in een interview met de Volkskrant. De commissie ontving bijvoorbeeld een klacht over een uitzendbureau dat het verzoek ‘ik wil een Kaas’ honoreerde. Maar Van Geel is verbijsterd door de omvang van het vergrijp, zoals die uit dit onderzoek naar voren komt. De brancheorganisaties ABU en NBBU zeggen ook geschrokken te zijn van het onderzoek, mede omdat blijkt dat er geen verschil in discriminatie is tussen aangesloten uitzenbureaus of niet aangesloten bureaus.
Extra voorlichting
De ABU en NBBU beloven beterschap en gaan hun leden extra voorlichting bieden. In 1991 is een vergelijkbaar onderzoek gedaan. Toen bleek 94 procent van de (134) uitzendbureaus discriminerende verzoeken te honoreren.
Bron: de Volkskrant

