Cao uitzendkrachten wijzigt op 3 mei

21-4-2010. Op 3 mei voert de ABU inhoudelijke wijzigingen door in de cao voor uitzendkrachten. De belangrijkste wijzigingen zitten in de definitie van opvolgend werkgeverschap en de toepassing van de inlenersbeloning. Onder opvolgend werkgeverschap verstaat de ABU voortaan: 'de situatie waarbij de uitzendkracht achtereenvolgens in dienst is geweest bij verschillende werkgevers die redelijkerwijze geacht moeten worden ten aanzien van de verrichte arbeid elkaars opvolger te zijn'.

 

Inlenersbeloning

De veranderingen ten aanzien van de inlenersbeloning zijn in het kort:

  • De uitzendonderneming kan met de uitzendkracht overeenkomen de inlenersbeloning toe te passen vanaf de aanvang van de verblijfsduur van de uitzendkracht bij de inlenende onderneming. Dit met inachtneming van hetgeen is bepaald in artikel 9 lid 4 van de CAO.
  • Het feitelijk loon bij de toepassing van de inlenersbeloning moet, indien de uitzendkracht werkzaam is in fase C, minimaal gelijk te zijn aan het terugvalloon*. De toepassing van voornoemde inlenersbeloning dient schriftelijk te worden bevestigd aan de uitzendkracht.
  • Bij toepassing van de inlenersbeloning mag de uitzendonderneming alleen van deze keuze afwijken na een onderbreking van de verblijfsduur bij desbetreffende opdrachtgever van 26 weken of meer. Dit impliceert dat indien inlenersbeloning met de uitzendkracht wordt overeengekomen vanaf de eerste dag van de verblijfsduur, dit tevens geldt voor de overige uitzendkrachten van de betrokken uitzendonderneming die dezelfde of nagenoeg dezelfde arbeid verrichten bij dezelfde opdrachtgever.

*Terugvalloon: 90 procent van het feitelijk loon in de laatst beëindigde terbeschikkingstelling doch minimaal het wettelijk minimumloon.


Lees de integrale aanpassing van de cao voor uitzendkrachten van de ABU 


« terug