Afspraken met rijk over huisvesting

15-8-2011. Afgelopen vrijdag heeft minister Donner van Binnenlandse Zaken antwoord gegeven op de Kamervragen van de tijdelijke commissie 'Lessen uit recente arbeidsmigratie' (LURA). De commissie wilde onder meer weten welke ontwikkelingen de minister signaleert op het gebied van huisvesting en leefbaarheid de komst van arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa (MOE), en welke problemen dit geeft en hoe hij deze gaat oplossen.

Knelpunten

 

Sinds de toetreding van de 8 MOE-landen1 in 2004 en de openstelling van onze arbeidsmarkt op 1 mei 2007 is de arbeidsmigratie de afgelopen jaren sterk gestegen. Daarvan hebben vooral de land- en tuinbouwsector, maar ook de bouw-, transport- en logistieksector sterk geprofiteerd. De komst van deze arbeidsmigranten heeft ook gezorgd voor een aantal knelpunten, onder andere op het gebied van huisvesting. In de afgelopen jaren is er op diverse beleidterreinen hard gewerkt aan het goed begeleiden van de arbeidsmigranten in Nederland. Zowel aan de arbeidsmarktkant, als ook bij huisvesting en inburgering hebben steeds meer gemeenten, werkgevers en verhuurders elkaar gevonden. 

Tijdelijke huisvesting

Ten aanzien van de ontwikkelingen op het terrein van huisvesting constateert minister Donner het volgende: De vraag naar huisvesting van arbeidsmigranten verschilt van de vraag van autochtone Nederlanders. MOE-landers zijn vooral op zoek naar allerlei vormen van tijdelijke huisvesting. Door de blijvende toestroom van migranten is die vraag permanent geworden, dus partijen moeten veel meer inspelen op een groeiende, permanente vraag naar tijdelijke vormen van huisvesting.

Definitieve vestiging

Daar waar sprake is van definitieve vestiging, vinden arbeidsmigranten hun weg via reguliere kanalen voor huur- of koopwoningen. Voor grote aantallen MOE-landers is huisvesting inmiddels aanwezig. Aanvankelijk zochten werkgevers oplossingen in kleinschalige huisvestingsprojecten. Met de opkomst van gespecialiseerde uitzendbureaus is de nadruk meer op grootschaliger oplossingen komen te liggen: oude hotels, leegstaande kloosters, afgestoten asielzoekerscentra zijn in de afgelopen jaren verbouwd voor de huisvesting van MOE-landers. Ook leegstaande kantoren worden steeds meer verbouwd tot zogeheten Polenhotels. Daarnaast zoeken werkgevers en uitzendbureaus hun heil in gewone (koop)woningen voor kamergewijze verhuur.

Cao

Huisjesmelkers springen in dit gat, in met name de grote steden, met overlast en overbewoning tot gevolg. Om te zorgen dat gemeenten hun handhavingscapaciteit vooral kunnen inzetten voor de aanpak van huisjesmelkerij, maakt het rijk afspraken met uitzendbureaus over kwaliteitsnormen voor huisvesting. Deze afspraken worden opgenomen in de CAO voor uitzendkrachten en de sector zelf gaat ze handhaven. Zo wordt voorkomen dat illegale huisvestingssituaties kunnen ontstaan. 

Lees alle vragen en antwoorden op de website van de Rijksoverheid

« terug